Plaatselijke regels

Hindernissen

  1. De rode hindernissen aan de buitenzijde van het terrein die maar aan een kant zijn gemarkeerd, strekken zich uit tot in het oneindige.
  1. Bij het spelen van hole 2/11 en 6/15 strekken de tussen deze holes gelegen rode hindernissen zich ook uit tot in het oneindige.
  1. Verboden speelzones die als hindernis moeten worden behandeld:
    • elk gebied gemarkeerd met rode palen met een groene kop en
    • het gebied in een hindernis vanaf het fietspad, de toegangsweg naar het clubhuis of het parkeerterrein.
    Een belemmering door deze verboden speelzones moet worden ontweken, met bijtelling van één strafslag volgens Regel 17.1e of, indien de belemmering alleen bestaat voor de stand of swing, zonder straf volgens Regel 16.1f(2).
  1. Indien en zover het water buiten een met rode palen gemarkeerde grens van een hindernis treedt, wordt de grens van de hindernis bepaald door de waterlijn.
  1. Als het bekend of praktisch zeker is dat de bal in een hindernis tot stilstand is gekomen, en het punt waar de bal de grens van die hindernis voor het laatst heeft gekruist zich tussen twee groene palen bevindt, inclusief heeft de speler de volgende ontwijkopties, elk met bijtelling van één strafslag:
    • ontwijken volgens Regel 17.1, of
    • als een extra optie mag de speler de originele bal of een andere bal in de drop zone droppen, die is gelegen nabij de groene palen. De drop zone wordt aangegeven met een bord met de tekst “drop zone” en is een drop zone volgens Regel 14.3. De afmeting van de drop zone is twee clublengtes in alle richtingen vanaf de paal die de drop zone markeert.

Provisionele bal voor bal in hindernis (uitsluitend bij gele afslag hole 1)

  1. Als een speler niet weet of de bal na het spelen van de gele afslagplaats op hole 1 in de hindernis ligt, dan mag de speler een provisionele bal spelen volgens Regel 18.3 die als volgt is aangepast (en voor het overige gelden de bepalingen van Regel 18.3 volledig):
    • Bij het spelen van de provisionele bal mag de speler gebruikmaken van de procedure van slag en afstand (Regel 17.1d(1)) of de hindernis recht naar achteren ontwijken (Regel 17.1d(2)).
    • Indien de oorspronkelijke bal binnen 3 minuten in de hindernis is gevonden, dan mag de speler kiezen om:
      (a)   de oorspronkelijke bal die in de hindernis ligt te spelen zoals die ligt, of
      (b)   het spel voort te zetten met de provisionele bal.
      Let op: het met de oorspronkelijke bal ontwijken van de hindernis volgens Regel 17.1 is niet meer toegestaan.
    • Indien de oorspronkelijke bal niet binnen 3 minuten is gevonden (zelfs als bekend of praktisch zeker is dat de bal in de hindernis ligt), dan wordt de provisionele bal de bal in het spel.

Andere verboden speelzones

  1. GUR. Elk gebied gemarkeerd met blauwe palen, wintergreens die niet in gebruik zijn (herkenbaar aan een blauwe paal in de hole), gebieden waar schade is hersteld met graszoden of graszaad en jonge aanplant met steunpalen en/of labels, vormen ieder een verboden speelzone die als abnormale baanomstandigheid moet worden behandeld. Een belemmering door een verboden speelzone moet zonder straf worden ontweken volgens Regel 16.1f. Er is geen sprake van een belemmering als deze verboden speelzone alleen een belemmering vormt voor de stand van de speler.
  2. Een bunker met daarin een blauwe paal vormt een verboden speelzone die als abnormale baanomstandigheid in het algemene gebied moet worden behandeld. Een belemmering door een verboden speelzone moet zonder straf worden ontweken volgens Regel 16.1f. Deze bunker wordt voor de ronde niet als bunker beschouwd.

Vaste obstakels

  1. Alle afstandsmarkeringen, hindernispalen en zwerfkeien zijn vaste obstakels. Als de bal buiten de hindernis ligt mogen vaste obstakels zonder straf worden ontweken volgens Regel 16.1.

Wedstrijden

  1. Een speler mag op de dag van een strokeplaywedstrijd over 9 holes voor de ronde oefenen op de baan.

Tijdelijke plaatselijke Regels

Bal schoonmaken is uitsluitend van toepassing indien dat aangegeven is op het informatiebord bij de afslag van hole 1/10. De volgende Plaatselijke Regel is dan van kracht: “Als de bal in het algemene gebied ligt (dus niet in een bunker, in een hindernis of op de afslagplaats of green van de hole die je speelt), mag de bal zonder straf worden opgenomen en schoongemaakt, en moet de bal vervolgens worden teruggeplaatst. De speler moet de plek van de bal eerst markeren voordat hij wordt opgenomen en de bal moet worden teruggeplaatst op zijn oorspronkelijke plek.”

 

Straf voor overtreding van de plaatselijke regels: algemene straf (zie Regel 1.3)

Overige

  • De afstanden naar midden green worden aangegeven door gekleurde punaises in de baan
    (gemeten over het hart van de baan): wit op 200 meter, geel op 150 meter, rood op 100
    meter en blauw op 50 meter. Zwerfkeien liggen op ongeveer 150 meter van het midden van
    de green.
  • Drivingrange-ballen zijn eigendom van De Dorpswaard. Het spelen met deze ballen is niet toegestaan.
  • Veiligheid
    • Let op bij het oversteken van het fietspad tussen hole 5/14 en 6/15 en tussen hole 6/15 en 7/16.
    • Op de holes 2/11, 6/15 en 7/16 pas afslaan als het fietspad vrij is.
    • Passage van hole 3/12 naar hole 4/13: Let op de afslag van hole 5/14.